De
Mormoonse Kerk, officieel bekend als de Kerk van Jezus
Christus van de Heiligen van de Laatste Dagen, heeft over de
hele wereld een groot aantal kerken in gebruik. Zij beweren
dat deze imposant uitziende gebouwen en de ongebruikelijke
rituelen die er uitgevoerd worden (zoals het doopsel* voor
de doden en het eeuwig huwelijk) een uitbreiding zijn van de
tempel van Jeruzalem zoals beschreven in de bijbel. Zij
beweren ook dat de vroege kerk zoals zij gesticht is door
Jezus Christus en Zijn apostelen, deze tempelrituelen
praktiseerde.
Als je deze Mormonen tempel bezoekt is het goed twee
belangrijke vragen in het oog te houden:
- Zijn er in de Bijbel of in
oude geschiedenis aanwijzingen te vinden die bevestigen
dat tempels en tempelrituelen deel uitmaakten van het
oorspronkelijke christendom?
- Is de Mormoonse Kerk met haar tempelsysteem de enige ware ‘herstelde’ kerk die zij beweerd te zijn?
Deze brochure poogt deze vragen te
beantwoorden. Wij zijn van mening dat het hier aangevoerde
bewijs de lezer zal overtuigen dat de Mormonen tempels en de
daar gepraktiseerde rituelen geen basis hebben in het ware
evangelie van Jezus Christus.
Geen Gemeenschappelijk Doel
Een vergelijking van de bijbelse tempel en de Mormonen
tempels laat duidelijk zien dat de twee niets met elkaar
gemeen hebben. Laten wij eerst het doel van de bijbelse
tempel nader bekijken. Haar enige taak was de gelovigen te
leren dat boetedoening voor de begane zonden een
noodzakelijke voorwaarde is voor waarachtige aanbidding van
de ware en levende God. Dat het brandofferaltaar zich
onmiddellijk bevond voor de enige toegang tot de tempel van
Jeruzalem (zie figuur 1) toont
duidelijk aan dat dit het enige doel was. Het benadrukt dat
Gods liefde en aanvaarding alleen verkregen kan worden door
de zondaar wiens zonden gedragen worden door Zijn offerlam.
Salomon brengt dit enige doel van de tempel duidelijk tot
uitdrukking in 2 Kron. 2,5: ‘Hoe zou ik een huis voor Hem
kunnen bouwen, behalve dan om er wierook voor Hem te
branden?'1
De Mormonen tempels, daarentegen, dienen voor het uitvoeren
van ongebruikelijke rituelen, zoals het doopsel* voor de
doden en het eeuwige huwelijk. Door middel van deze rituelen
kunnen mensen goden worden, aldus de Mormoonse Kerk en haar
geschriften (Doctrines and Covenants 132: 19-20).2
Zij beweren dat deze rituelen behoorden bij het eerste
christendom, maar gesaboteerd werden door afvalligen. Zij
beweren dat alle andere kerken vals zijn en afvallig;3
dat het mormonisme de enige ware vorm van christendom in de
wereld is. Echter, deze Mormonen tempels worden niet genoemd
in de Bijbel, noch in de oude joodse literatuur, noch in de
vroeg christelijke geschiedenis.
In iedere Mormonen tempel is een indrukwekkend doopvont,
gedragen op de rug van twaalf levensgrote beelden van ossen
(zie fig. 2). Dit doopvont is gemodelleerd volgens een
beschrijving in de Bijbel van een groot basin (ook genoemd
een ‘wasbekken’ of ‘zee’) dat zich bevond direct buiten de
deur van de tempel van Salomon (2 Kronieken 4,2, 15, zie
fig. 1) Echter, het basin van de bijbelse tempel werd niet
gebruikt om te dopen, zoals de kerk van Mormon leert (want
de christelijke doop is een rite van het Nieuwe Testament).
De Schrift geeft duidelijk aan dat het door de priesters
werd gebruikt om zich te wassen na het aanbieden van
dierlijke offers ter voorbereiding voor de dienst in het
heiligdom (Exodus 30: 18-20; 2 Kronieken 4: 2-6). Het
mormoonse ritueel van de doop voor de doden is noch een
joodse, noch een christelijke praktijk, het staat eerder in
tegenstelling tot de leringen van het Nieuwe Testament ten
aanzien van doopsel en verlossing.
Ook het mormoonse tempelritueel van het eeuwig huwelijk is
nooit gepraktiseerd in de bijbelse tempel. Nogmaals, zo’n
tempelritueel wordt in de bijbel niet éénmaal genoemd, noch
in de oude joodse literatuur noch in de vroeg-christelijke
geschiedenis. In tegendeel, in Romeinen 7,2 verklaart de
apostel Paulus duidelijk dat het huwelijk alleen bestemd is
voor het aardse leven: ‘Zo is een getrouwde vrouw door de
wet aan haar man gebonden, zolang die leeft’. Zo ook leert
Jezus ons dat, ‘want bij de opstanding huwt men niet en
wordt men niet uitgehuwelijkt, maar men is als engelen in de
hemel’ (Matteus, 22, 30). De mormoonse rite van het
eeuwige huwelijk is niet een christelijk of bijbels ritueel.
Bijbelse Voorschriften Geweld
Aangedaan
Een tweede punt is dat veel van de voorschriften die God
openbaarde voor de bijbelse tempel met voeten worden
getreden in de mormoonse tempels. Hieronder volgen vier
voorbeelden.
- God wees slechts één tempel aan. Israël werd
slechts één tempel toegestaan om aan te geven dat er
slechts één ware God is (Deuteronomium 12, 5, 13-14; 16,
5,6). Hier tegenover staat dat de Mormoonse Kerk talloze
tempels beheerd, wat een overtreding is van deze
goddelijke wet.
- Alleen priesters waren toegestaan de bijbelse
tempel te betreden.4
Gelovigen, zelfs de koning van Israël, konden er niet
binnengaan; zij mochten niet verder komen dan het
brandofferaltaar op het voorplein. Omdat niet-priesters
de mormoonse tempel mogen betreden en deel mogen nemen
aan tempelactiviteiten, is dit een volgende punt waarop
de de mormoonse tempel rite de bijbelse openbaring
geweld aandoet.
- Alle activiteiten in de bijbelse tempel waren
openbaar bekend. Zij worden tot in detail in de
Schrift beschreven (bv. Exodus 30,7-10; Leviticus 4,5-7;
16, 1-34; 24, 1-9)5
de Bijbel waarschuwt de Christen voor deelname aan
geheime activiteiten (Matteus 10, 26-27; Efesiërs
5,11-12). Ook Jezus bevestigt dat hij geen geheime leer
had: ‘Ik heb openlijk voor de wereld gezegd wat ik te
zeggen had …. nooit had ik iets in het geheim te zeggen’
(Johannes 18, 20). In scherp contrast staat hiermee
dat de Mormoonse Kerk er op staat haar rituelen geheim
te houden.6
- De Bijbel geeft stricte richtlijnen voor de opvolgingsvereisten voor het Aäronse priesterschap. De Bijbel leert heel expliciet dat alleen mannen van de stam van Levi en van het geslacht van Aäron gerechtigd zijn om als priester in het tempelheiligdom als priester te dienen (Numeri 3,10; Exodus 29,9; Numeri 18, 1-7).7 De Mormoonse Kerk beweert het Aäronse priesterschap te hebben hersteld, maar wil van deze duidelijke afstammingsvoorwaarde van de Schrift niets weten.8
De Tempel Is Afgeschaft
Tegen het eind van Zijn aardse leven, voorspelde Jezus
Christus dat de tempel van Jeruzalem verwoest zou worden
(Matteus 24, 1-2). Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Ik verzeker
jullie, er zal hier geen steen op de andere blijven staan’. Deze
voorspelling ging in het jaar 70 A.D. in vervulling, toen de
romeinse generaal Titus de tempel verwoestte; zij is nooit meer
herbouwd. Elders zegt Jezus dat de eredienst in de tempel
vervangen zal worden door een nieuwe vorm van eredienst zonder
tempelgebouw: ‘er komt een uur dat men niet meer op die berg
daar en ook niet in Jeruzalem de Vader zal aanbidden … Er komt
een uur, ja het is er al, dat de ware aanbidders zullen
aanbidden in geest en waarheid; dat zijn de aanbidders waar de
Vader naar uitziet’ (Johannes 4: 21,23).
Een dramatisch moment ten tijde van Christus kruisdood is
het teken van het eind van de aanbidding in de tempel. Het
Evangelie vermeldt dat op het moment dat Jezus de geest gaf,
‘het voorhangsel in de tempel doormidden scheurde’ (Matteus 27,
51; zie ook Marcus 15, 38; Lucas 23, 45). Voor die tijd van het
scheuren op het moment van Jezus’ dood, diende het dikke
tempelvoorhangsel (zie fig. 1) om te verhinderen dat de
priesters naar binnen konden kijken in de binnenste kamer, het
Heilige der Heiligen. Dit binnenste heiligdom representeerde de
plaats van Gods heilige en glorievolle aanwezigheid. Alleen de
hoge priester mocht het Heilige der Heiligen eens per jaar
binnengaan, op de Grote Verzoendag (Yom Kippur). Deze restrictie
geeft aan dat toegang tot God’s aanwezigheid in het Oude Verbond
niet werkelijk mogelijk was. In de woorden van het Nieuwe
Testament, Hebreeën 9,8: ‘De Heilige Geest geeft hiermee te
kennen dat de toegang tot het heiligdom nog niet openstaat
zolang de eerste tent nog dienstdoet’.Volgens oude joodse
verslagen was het tempelvoorhangsel zo sterk dat twee span ossen
haar nog niet uit elkaar konden trekken.9
Werkelijk, dat het voorhangsel van boven naar beneden doormidden
scheurde op het moment van Christus sterven was een
bovennatuurlijke daad van God, het antwoord van de Hemel op de
voltooiïng van Zijn zoenoffer voor eens en altijd op het kruis.
(N.B. Anders dan in christelijke kerken er in mormonen tempels
geen kruisbeeld.) Door het geloof in Christus krijgen gelovigen
een vrije toegang tot Gods aanwezigheid. In de woorden van het
Nieuwe Testament, de brief aan de Hebreeën: ‘Nu wij een verheven
Hogepriester hebben, een die de hemelse sferen is doorgegaan,
Jezus, de Zoon van God, … Laten wij daarom vrijmoedig naderen
tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te
vinden en zo hulp te krijgen op de juiste tijd’ (Hebreeën 4,
14-16; zie ook 6, 19; 10, 19-22).
Het scheuren van het voorhangsel betekent het eind van de
tempelverering. Deze praktijk is nu verouderd en wij hebben
niet langer een tempel of een priester nodig. In het Nieuwe
Verbond, gesticht door Jezus Christus, is Hij de Hoge
Priester van de gelovige in het heiligdom van de Hemel zelf.
Daarmee is een “Christelijke tempel”, zoals de Kerk van
Mormon die voorstelt, een contradictio in terminis.
1 Alle Bijbelcitaten zijn van de KBS, 1995.
2 Zie ook Gospel Principles, p. 245; Achieving a Celestal Marriage, p. 130.
3 De Mormon bijbel bevat het verslag van het eerste visioen van de stichter van de Mormonen, Joseph Smith. Hij beweert dat God hem meedeelde dat alle andere christelijke kerken ‘ongelijk hebben; en de Persoon die mij aansprak zei dat al hun geloofsbelijdenissen een gruwel waren in zijn oog.’ – Pearl of Great Price, Joseph Smith – History, 1: 18-19.
4 Dat niemand anders dan alleen de priesters van Aäron het heiligdom mogen binnengaan wordt dramatisch geïllustreerd door een incident in het leven van koning Uzziah. Hij matigde zich aan het heiligdom te betreden om wierook te verbranden. De priesters wezen de koning terecht en gelasttten hem de tempel te verlaten: ‘Het is u niet toegestaan, Uzziah, offers op te dragen voor de Heer, doch slechts aan de priesters, de zonen van Aäron, die gewijd zijn voor de offerdienst; verlaat dit huis want u zondigt; dit zal u bij de Heer God niet tot eer strekken’ (2 Kron. 26, 18). Toen Uzziah deze terechtwijzing negeerde, vertelt de tekst dat God hem met lepra sloeg, waarna de priesters hem met geweld van de tempel verwijderden.
5 De kennis en de interesse van het volk in de dienst van de priesters in het heiligdom wordt duidelijk in Lukas 1,10. Een van de taken van de priesters in het heiligdom was het branden van wierook, symbool van het gebed (Psalm 141, 2; Openb. 5, 8; 8 ,4), op het reukaltaar dat vlak voor het voorhangsel stond (zie fig. 1). De Bijbel geeft aan dat toen de priester Zacharias deze taak verrichtte, ‘Tijdens het offer stond heel het volk buiten te bidden’ (Lk 1,10). Zij baden ongetwijfeld dat de dienst van Zacharias namens hen, aanvaardbaar mocht zijn voor God.
6 De Kerk van Mormon noemt haar rituelen ‘heilig, niet geheim’. Dit is echter een zinloos onderscheid omdat zij haar leden instrueert dat’Wij bespreken onze tempel diensten niet buiten de tempel’. (Boyd K. Packer, The Holy Temple , Corporation of the President of the Church of Jezus Christ of Latterday Saints, 1982, p.2)
7 Mannelijke Leviten die niet van het geslacht van Aäron waren voerden slechts onder supervisie van een priester ondergeschikte taken in de tempel uit (Numeri 3, 5-9). Een recent wetenschappelijk onderzoek, gepubliceerd in het gerenommeerde Britse tijdschrift Nature, heeft aangetoond dat er een genetische overeenkomst is tussen hedendaagse joodse mannen die zeggen tot het priesterlijk geslacht te behoren; dit steunt hun bewering dat zij een gemeenschappelijke afstamming hebben die meer dan 3.000 jaar terug gaat tot op de bijbelse Aäron. Dit onderzoek, onder leiding van Prof. Karl Skorecki van het Rambam Medical Centre, Technion –Israël Institute in Haïfa, Israël, ‘vond duidelijke verschillen in de frequentie van Y-chromosomen haplotypes bij die van joodse priesters en leken’. Deze genetische overeenkomsten werden gevonden bij hen die beweerden af te stammen van priesters uit zowel de Sephardische als de Azkenasische gemeenschap. Het Y chromosome komt alleen voor bij mannen en wordt doorgegeven door de vader. Zie ook : ‘Y Chromosomen bij joodse priesters’, in Nature, vol. 385, 2 januari 1997, p. 32.
8 Ook dit bevestigt een belangrijk bezwaar tegen het Boek van Mormon. Want van de volken die het beschrijft (pre-columbiaanse hebreeuwse immigranten in Amerika, genaamd ‘Nephiten’) wordt beweerd dat zij tempels hadden en leefden ’overeenstemming met alle wetten van Mozes’ (2 Nephi 5,10; 25, 24). Toch worden zij allen beschreven als afstammelingen van Joseph (1 Nephi 5,16; of Manasseh, een van “halve stammen” die geassocieerd worden met Joseph., Alma 10,3), en niet van de stam van Levi. Daarom kunnen de leden van het Boek van Mormon nooit een rechtmatig Aärons priester gehad hebben.
Want ofschoon de naam ‘Aäron’ 48 keer voorkomt in het Boek van Mormon, wordt het nooit gebruikt met verwijzing naar de bijbelse Aäron of het Aäronse priesterschap. Hier is een lijst van tabernakel- of tempel gerelateerde termen die gebruikt worden in het Oude Testament die zelfs niet eenmaal in het Boek van Mormon genoemd worden: ‘wasbekken’ (13), ‘wierook’ ( 121), ’ark van het verbond’ (48), ‘zonen van Aäron’ (97), (23), ‘Grote Verzoendag’ (21), ‘Feest van het Tabernakel’ (17), ‘Pasen’ (59), ‘huis van de Heer’ (627).
9
Geciteerd door M.R. DeHaan, The Tabernacle (Grand
Rapids: Eerdmans, 1955), p. 115.


